ART.1 DE TAFEL
- Het oppervlak van de bovenkant van de tafel, genaamd het 'speelvlak', moet rechthoekig zijn, 274 cm lang en 152,5 cm breed en moet in een horizontaal vlak 76 cm boven de vloer liggen.
- Het speelvlak omvat ook de bovenranden van de tafel, maar niet de zijkanten onder de randen.
- Het speelvlak mag van elk materiaal zijn en moet een gelijkmatig stuitvermogen hebben van ongeveer 23 cm, wanneer een standaardbal wordt losgelaten vanaf een hoogte van 30 cm.
- Het speelvlak moet gelijkmatig donker en mat gekleurd zijn, met een 2 cm brede witte zijlijn langs beide 274 cm randen en een 2 cm brede witte eindlijn langs beide 152,5 cm randen.
- Het speelvlak wordt verdeeld in 2 gelijke 'vlakken' door een verticaal net, dat evenwijdig loopt met de eindlijnen en doorlopend moet zijn over de gehele breedte tussen beide vlakken.
- Voor dubbelspelen moet elk vlak verdeeld zijn in 2 gelijke halve vlakken door een 3 mm brede witte middellijn, die evenwijdig loopt met de zijlijnen; de middellijn moet beschouwd worden als deel van beide rechter halve vlakken.
ART.2 DE NETCOMBINATIE
- De netcombinatie bestaat uit het net, de bevestiging daarvan en de netposten, inclusief de klemmen waarmee de netposten aan de tafel zijn vastgemaakt.
- Het net wordt gespannen door een koord, dat aan beide einden aan een verticale netpost van 15,25 cm hoog is bevestigd. De buitenzijden van de netposten zijn 15,25 cm van de zijlijnen verwijderd.
- De bovenkant van het net moet zich over de gehele lengte 15,25 cm boven het speelvlak bevinden.
- De onderkant van het net moet over de gehele lengte zo dicht mogelijk langs het speelvlak lopen en de einden van het net moeten zo dicht mogelijk aansluiten op de netposten.
ART.3 DE BAL
- De bal moet zuiver rond zijn met een diameter van 40+ mm.
- Het gewicht van de bal moet 2,7 gram zijn.
- De bal moet van plastic zijn en moet wit, geel of oranje gekleurd en mat zijn.
ART.4 HET BAT
- Het bat mag van elke afmeting, vorm en gewicht zijn, maar het frame moet vlak en onbuigzaam zijn.
- Ten minste 85% van de dikte van het frame moet uit natuurlijk hout bestaan; een kleefstoflaag in het frame mag versterkt zijn met vezelmateriaal zoals carbonvezel, glasvezel of geperst papier maar mag niet dikker zijn dan 7,5% van de totale bladdikte tot een maximum van 0,35 mm.
- De bedekking van een zijde van het bat, welke gebruikt wordt om de bal te slaan, dient van een merk en type te zijn dat recentelijk door de ITTF is goedgekeurd en dient zodanig aan het blad bevestigd te worden dat het handelsmerk en het ITTF-logo duidelijk zichtbaar zijn bij de rand van het slagoppervlak. De bedekking van een zijde, die gebruikt wordt om de bal te slaan, moet zijn:
o gewoon nopjesrubber (nopjes naar buiten) met een totale dikte, d.w.z. met inbegrip van het plakmiddel, van maximaal 2 mm of
o sandwich-rubber (nopjes naar buiten of naar binnen) met een totale dikte, d.w.z. met inbegrip van het plakmiddel, van maximaal 4 mm.
- 'Nopjesrubber' is een laag niet-cellulair rubber, natuurlijk of synthetisch, met nopjes gelijkmatig verdeeld over het gehele oppervlak met niet minder dan 10 en niet meer dan 50 nopjes per cm².
- ‘Sandwich-rubber' is een enkele laag cellulair rubber, die met een enkele laag gewoon nopjesrubber bedekt is, waarbij de totale dikte van het nopjesrubber maximaal 2 mm mag zijn. Art. 4.4 Het materiaal waarmee een zijde van het frame wordt beplakt, dient deze zijde geheel te bedekken, maar mag er niet buitensteken. Alleen de plaats vlak bij het handvat, dat normaal door de vingers van de bathand kan worden vastgehouden, mag onbedekt blijven of bedekt worden met ieder ander materiaal.
- Het frame, iedere laag van het frame, ieder materiaal gebruikt ter bedekking en iedere kleeflaag dient ononderbroken en van gelijke dikte te zijn.
- De oppervlakte van het bedekkingsmateriaal aan een kant van het frame, of de oppervlakte van een kant van het frame dat niet wordt bekleed, moet mat zijn, zwart aan één zijde en aan de andere kant in een heldere kleur die duidelijk te onderscheiden is van zwart en van de kleur van de bal, aan de andere zijde; elk garneersel rond de rand van het frame moet mat en geen enkel gedeelte ervan mag wit zijn.
- Geringe afwijkingen in de gelijkmatigheid van de kleur en van de volledigheid van de bedekking, die ontstaan zijn door verschieten respectievelijk slijtage of door een toevallige beschadiging, kunnen buiten beschouwing blijven, mits daardoor de eigenschappen van het oppervlak niet wezenlijk worden veranderd.
- Het bat mag tijdens een wedstrijd niet vervangen worden, tenzij het dermate beschadigd werd, dat vervanging zich opdringt. Art. 4.9
- Het bat dient bij aanvang van een match of bij vervanging, op vraag van speler en/of scheidsrechter getoond te worden.
ART.5 DEFINITIES
- Een 'balwisseling' is de periode waarin de bal in het spel is.
- Een 'let' is een balwisseling-beëindiging zonder dat er wordt gescoord (ongeldige bal).
- Een 'punt' is een balwisseling-beëindiging doordat er wordt gescoord
- De 'bathand' is de hand die het bat vasthoudt.
- De 'vrije hand' is de hand die het bat niet vasthoudt.
- Een speler 'slaat' de bal als hij de bal raakt met het bat, door zijn hand vastgehouden, of met zijn bathand beneden de pols.
- Een speler 'blokkeert' de bal als hij, of iets dat hij draagt of vasthoudt, de bal raakt tijdens het spel voordat de bal - nadat deze het laatst door zijn tegenstander is geslagen - zijn speelvlak of zijn eindlijn gepasseerd is zonder dit speelvlak te raken.
- De 'serveerder' is de speler die in een balwisseling het eerst de bal moet slaan.
- De 'ontvanger' is de speler die in een balwisseling als tweede de bal moet slaan.
- De 'scheidsrechter' is de persoon die is aangesteld om een wedstrijd te leiden.
- Onder iets dat een speler 'draagt of vasthoudt', wordt verstaan alles dat hij draagt of vasthoudt bij het begin van een balwisseling
- De bal wordt beschouwd als passerend 'over of om' de netcombinatie, indien deze het net over, onder of buiten het uitstekend deel van de netcombinatie buiten de tafel passeert, of - bij een terugslag - als deze is geslagen nadat hij over of om het net is teruggestuit.
- De 'eindlijn' wordt beschouwd als zijnde onbegrensd verlengd in beide richtingen.
ART.6 EEN GOEDE OPSLAG (SERVICE)
- De service begint op het moment dat de bal onbeweeglijk op de open en vlakke palm van de vrij hand, die stil gehouden wordt, ligt.
- De serveerder moet vervolgens de bal nagenoeg loodrecht opgooien, zonder er met zijn hand enig effect aan te geven, zodanig dat deze minstens 16 cm omhoog komt nadat deze de palm van de vrije hand heeft verlaten en vervolgens daalt zonder iets te raken voordat deze wordt geslagen.
- Als de bal dalend is, moet de serveerder zodanig slaan, dat de bal eerst het eigen speelvlak raakt, vervolgens over of om de netcombinatie heen gaat en daarna rechtstreeks het speelvlak van de ontvanger raakt; bij dubbelspelen dient de bal achtereenvolgens de rechterspeelvlakken van de serveerder en de ontvanger te raken.
- Vanaf het begin van de service tot en met het moment dat de bal wordt geslagen, dient de bal zich boven de hoogte van het speelvlak en achter de eindlijn te bevinden en mag voor de ontvanger niet worden verborgen door enig deel van het lichaam of kleding van de serveerder of dubbelpartner.
- De serveerder of het serverende paar mag geen enkele actie ondernemen die de ontvanger belemmert in:
o Het ononderbroken kunnen zien van de bal vanaf het moment dat deze de vrije hand verlaat.
o Het kunnen waarnemen van de zijde van het bat waarmee wordt geserveerd.
o Het kunnen waarnemen van de richting waarin het bat wordt bewogen op het moment dat de bal wordt geslagen.)
- Het is de verantwoordelijkheid van de serveerder zodanig te serveren, dat de scheidsrechter of de assistent-scheidsrechter kan zien of de service volgens de regels wordt uitgevoerd.
- Wanneer er geen assistent-scheidsrechter aanwezig is en de scheidsrechter twijfelt aan de juistheid van de service, kan de scheidsrechter de serveerder, bij de eerste keer dat zich tijdens de set een dergelijke situatie voordoet, waarschuwen zonder een punt toe te kennen.
- Wanneer vervolgens later in dezelfde set dezelfde serveerder of de dubbelpartner de bal op de één of andere wijze twijfelachtig in het spel brengt, dan wordt een punt toegekend aan de tegenstander.
- Wanneer er een duidelijke fout bij de service wordt gemaakt, zal de serveerder niet worden gewaarschuwd en krijgt de ontvanger een punt toegekend.
- Bij wijze van uitzondering mag de scheidsrechter van een strikte naleving van de voorgeschreven manier van serveren afzien, als voor het spel begint aan hem is meegedeeld, dat nakoming van de regels voor een goede service door een lichamelijke handicap wordt verhinderd.
ART.7 EEN GOEDE TERUGSLAG
Een bal, na geserveerd of teruggeslagen te zijn, moet zo worden geslagen dat deze over of om de netcombinatie heen gaat - deze al dan niet rakend - en het speelvlak van de tegenstander raakt.
ART.8 DE SPEELVOLGORDE
- Bij enkelspelen moet de serveerder de bal eerst goed in het spel brengen, waarna de ontvanger de bal goed moet terugslaan. Daarna moeten de spelers om beurt de bal goed terugslaan.
- In dubbelspelen moet de serveerder de bal eerst goed in het spel brengen, waarna de ontvanger de bal goed moet terugslaan. Vervolgens zal de partner van de serveerder goed moeten terugslaan, terwijl daarna de partner van de ontvanger aan de beurt is om de bal goed te retourneren. Hierna zullen de spelers steeds in dezelfde volgorde goed moeten terugslaan.
ART.9 DE BAL IN HET SPEL
- Een bal is in het spel vanaf het laatste moment dat deze bewegingloos op de handpalm van de serveerder ligt, totdat:
o bal iets raakt - anders dan het speelvlak, de netcombinatie, het bat in de hand of de bathand beneden de pols
o of balwisseling wordt onderbroken door een let of een punt.
ART.10 EEN LET
- De balwisseling eindigt met een let:
- wanneer de bal tijdens de service, als hij over of om de netcombinatie heen gaat, de netcombinatie raakt -mits de service verder correct is - of door de ontvanger of zijn partner wordt geblokkeerd
- wanneer wordt geserveerd als de ontvanger of zijn partner - naar de mening van de scheidsrechter - nog niet gereed is, vooropgesteld dat noch de ontvanger noch zijn partner een poging onderneemt om terug te slaan;
- wanneer - naar de mening van de scheidsrechter - een speler door een gebeurtenis, waarop hij geen invloed heeft, er niet in slaagt goed te serveren of terug te slaan of op een andere manier een regel overtreedt; wanneer het spel wordt onderbroken door de scheidsrechter of de assistent-scheidsrechter.
- bij een opslag waarbij een tegenstander die door een lichamelijke beperking in een rolstoel speelt als:
o de bal na het raken van de tafelhelft van de ontvanger deze in de richting van het net gaat (de tweede bots moet verder zijn dan de eerste bots)
o de bal bij de opslag via de zijlijn de tafel verlaat. Als een speler bewust verkeerd serveert, wordt dit aanzien als onsportief gedrag en kan de scheidsrechter automatisch een punt toekennen aan de ontvanger.
- Het spel kan worden onderbroken:
o voor correctie van een fout in de volgorde van serveren, de volgorde van ontvangen, of de speelzijde;
o voor het in werking treden van de tijdregel;
o voor het waarschuwen of bestraffen van een speler;
o wanneer zich omstandigheden voordoen, die het resultaat van de balwisseling kunnen beïnvloeden.
ART.11 EEN PUNT
- Behalve wanneer een balwisseling met een let eindigt, verliest de speler een punt:
- als hij er niet in slaagt op de juiste manier te serveren;
- als hij er niet in slaagt om op de juiste manier terug te slaan;
- als hij de bal blokkeert,
- wanneer hij de bal achtereenvolgens tweemaal slaat
- als de bal zijn speelvlak raakt en vervolgens het speelvlak nog eens raakt, behalve bij het serveren;
- als hij de bal slaat met de batkant waarvan het oppervlak niet voldoet aan de vereisten
- als hij, of iets wat hij draagt of vasthoudt, het speelvlak doet bewegen;
- als zijn vrije hand het speelvlak raakt
- als hij, of iets wat hij draagt of vasthoudt, de netcombinatie raakt
- als hij tijdens het dubbelspel, behalve bij het serveren of ontvangen, de bal slaat terwijl hij niet aan de beurt is;
- als, bij de tijdgrensregel, hij serveert en de ontvangende speler of het ontvangende paar 13 opeenvolgende goede terugslagen maakt;
- als de scheidsrechter een strafpunt tegen hem toekent.
ART.12 EEN SET
- Een set wordt gewonnen door de speler of het paar die/dat het eerst 11 punten scoort, tenzij beide spelers of paren 10 punten hebben gescoord, in welk geval die speler of dat paar winnaar is die/dat het eerste 2 punten meer scoort dan zijn/hun tegenstander(s).
- Het nemen van een Time-Out is bij Sporta niet toegestaan.
- Medische onderbreking:
o Kan enkel genomen worden wanneer een speler zich tijdens een match blesseert en hierdoor medische verzorging nodig heeft. Een diabetespatiënt met suikertekort valt hier ook onder, maar de medische onderbreking geldt niet voor vermoeidheid, spierkrampen, uitputting...
o Kan 1 X per match genomen worden voor maximaal 10 minuten, indien de betreffende match niet tijdig kan hervatten leidt dit tot een forfaitscore voor deze match.
o Indien de betreffende speler een volgende match wel kan hernemen is dit toegestaan.
o Bij ernstige twijfel of medische verzorging nodig is kan de medische onderbreking worden geweigerd. Dit kan als commentaar ingevuld worden op het wedstrijdblad
- Coaching (speltechnische instructie) tijdens een match (tussen de punten door) is niet toegestaan. Dit kan enkel tijdens de set-wissel. Een speler heeft tijdens een set-wissel 1 minuut de tijd voor eten, drinken, gebruik handdoek en coaching. De speler mag hierbij het speelvlak niet verlaten en de coach mag dit ook niet betreden.
ART.13 EEN WEDSTRIJD
- Een wedstrijd bestaat uit 3 gewonnen sets naar 11 punten. Enkel bij de Masters wordt er naar 2 gewonnen sets van 21 punten gespeeld.
- De onderbreking tussen elke opeenvolgende set van een wedstrijd mag maximaal 1 minuut bedragen, onafhankelijk van het aantal sets in de wedstrijd.
ART.14 DE VOLGORDE VAN SERVEREN, ONTVANGEN EN PLAATS
- Het recht op de keuze om als eerste te serveren of te ontvangen, of de keuze van plaats, wordt beslist door de 'toss' en de winnaar van dit recht heeft de keuze om als eerste te serveren of als eerste te ontvangen, of de keuze om aan een bepaalde eindlijn van de tafel te beginnen of te verlangen dat de verliezer de eerste keus doet.
- Wanneer een speler of paar de keus heeft gemaakt te beginnen met serveren of ontvangen, óf te beginnen aan een bepaalde eindlijn van de tafel, mag de andere speler (of het andere paar) de andere keuze maken.
- Na iedere 2 gescoorde punten wordt de/het ontvangende speler/paar de/het serverende speler/paar en dat gaat zo door tot het einde van de set, tenzij ieder(e) speler of paar 10 punten gescoord heeft of de tijdgrensregel ingaat, waarbij de volgorde van serveren en ontvangen hetzelfde zal zijn, maar nu zal na elk gescoord punt de service naar de tegenstander overgaan.
- Bij het dubbelspel mag, in elke set, het paar dat het recht heeft om als eerste te serveren, beslissen wie van hen serveert en in de eerste set van een wedstrijd moet vervolgens het ontvangende paar beslissen wie van hen het eerst ontvangt; nadat, in de volgende sets van de wedstrijd, de eerste serveerder is gekozen, zal de eerste ontvanger diegene zijn die in de voorafgaande set op hem serveerde.
- Bij iedere service-wisseling in het dubbelspel wordt de vorige ontvanger de serveerder en wordt de partner van de vorige serveerder de ontvanger.
- De speler of het paar, die/dat het eerst serveerde in een set, zal in de volgende set als eerste ontvangen en in de laatst mogelijke set van een dubbelwedstrijd moet het paar dat in de volgende balwisseling de service ontvangt de volgorde van ontvangen veranderen, nadat één der paren 5 punten heeft behaald.
- De speler of het paar die/dat aan een bepaalde eindlijn van de tafel begint, zal in de volgende set aan de andere eindlijn beginnen en in de laatst mogelijke set van een wedstrijd moeten de spelers van eindlijn wisselen zodra één der spelers of paren 5 punten heeft gescoord.
ART.15 VERKEERDE VOLGORDE VAN SERVEREN, ONTVANGEN EN PLAATS
- Als een speler serveert of ontvangt, terwijl het zijn beurt niet is, moet het spel door de scheidsrechter worden onderbroken zodra de fout wordt geconstateerd en worden hervat met die speler aan service of als ontvanger die, volgens de aan het begin van de wedstrijd bepaalde volgorde, aan de beurt zou zijn bij de stand die is bereikt, en bij het dubbelspel overeenkomstig de volgorde van serveren zoals die gekozen is door het paar dat in het begin van de set, waarin de fout is ontdekt, het recht van serveren had.
- Als de spelers niet van eindlijn hebben gewisseld toen dat was vereist, moet het spel door de scheidsrechter worden onderbroken zodra de fout wordt geconstateerd en het spel worden hervat aan de eindlijn waar de spelers op het moment van de bereikte stand hadden behoren te staan volgens de aan het begin van de wedstrijd gemaakte afspraak.
- Onder alle omstandigheden blijven de punten, gescoord vóór de ontdekking van de fout, geldig.
ART.16 DE TIJDGRENSREGEL
- De tijdgrensregel treedt in werking indien een set na 10 minuten speeltijd nog niet is geëindigd, tenzij beide spelers of paren ten minste 10 punten hebben behaald, of eerder indien beide spelers/paren dit verzoeken.
- Indien de bal in het spel is als de tijdslimiet is bereikt, moet het spel door de scheidsrechter worden onderbroken en worden hervat met de opslag van de speler die bij de onderbroken balwisseling serveerde.
- Indien de bal niet in het spel is als de tijdslimiet is bereikt, moet het spel worden hervat met de opslag van de speler die ontving in de voorafgaande balwisseling.
- Daarna serveert iedere speler tot het eind van de set om de beurt om één punt en als de ontvangende speler of het ontvangende paar 13 goede terugslagen maakt, verliest de serveerder een punt.
- Indien tijdens een wedstrijd de tijdgrensregel in voege werd gesteld of indien een set langer dan 10 minuten geduurd heeft, wordt de tijdgrensregel toegepast voor alle latere sets.
ART.17 KLEDING
- Speelkleding bestaat uit een shirt met korte mouwen en korte broek of rok, sokken en sportschoenen; andere kleding, zoals een gedeelte van of een geheel trainingspak, mag niet worden gedragen, behalve met toestemming van de hoofdscheidsrechter.
- Het dragen van een hoofddeksel is niet toegelaten.
- Shirts, korte broeken en rokken mogen van elke kleur zijn, behalve dat de hoofdkleur van een shirt, korte broek of rok - met uitzondering van de kraag of mouwen van een shirt en garneersels langs de naden en bij zomen - duidelijk verschillend moet zijn van de kleur van de in gebruik zijnde bal.
- Merktekens en garneringen aan de voor- en zijkant van de speelkleding en door de speler gedragen sieraden mogen niet zo opvallend of reflecterend zijn dat zij een tegenstander hinderen.
- Op kleding mogen geen ontwerpen of letters aangebracht zijn welke beledigend kunnen zijn of de sport in diskrediet brengen. Art. 17.6 De hoofdscheidsrechter beslist over de legaliteit of het accepteerbaar zijn van de speelkleding.
ART.18 SPECIFIEKE REGLEMENTEN VOOR WEDSTRIJDEN NAAR 21 PUNTEN
- Een set wordt gewonnen door de speler of het paar die/dat eerst 21 punten scoort tenzij beide spelers of paren 20 punten hebben gescoord, in welk geval die speler of dat paar winnaar is die/dat het eerste 2 punten meer scoort dan zijn/hun tegenstander(s).
- Een wedstrijd bestaat uit 2 gewonnen sets.
- De onderbreking tussen elke opeenvolgende set van een wedstrijd mag maximaal 2 minuten bedragen, onafhankelijk van het aantal sets in de wedstrijd.
- De volgorde van serveren, ontvangen en plaats Art. 18.3.1 Na iedere 5 gescoorde punten wordt de/het ontvangende speler/paar de/het serverende speler/paar en dat gaat zo door tot het einde van de set, tenzij iedere speler of paar 20 punten gescoord heeft of de tijdregel ingaat, waarbij de volgorde van serveren en ontvangen hetzelfde zal zijn, maar nu zal na elk gescoord punt de service naar de tegenstander gaan. (voorgift wordt beschouwd als gescoorde punten).
- De speler of het paar, die/dat het eerste serveerde in een set zal in de volgende set als eerste ontvangen, en in de laatste mogelijke set van een dubbelwedstrijd moet het paar dat in de volgende balwisseling de service ontvangt de volgorde van ontvangen veranderen nadat een der paren 10 punten heeft behaald. (Let wel op met draaien bij voorgift, de speler of paar dat voorgeeft moet 10 punten behalen).
- De speler of het paar die/dat aan een bepaalde eindlijn van de tafel begint, zal in de volgende set aan de andere eindlijn beginnen en in de laatst mogelijke set van een wedstrijd moeten de spelers van eindlijn wisselen zodra een der spelers of paren 10 punten heeft gescoord.
- De tijdgrensregel treedt in werking indien een set na 15 minuten speeltijd nog niet is geëindigd, tenzij beide spelers of paren ten minste 10 punten hebben behaald, of eerder indien beide speler/paren dit verzoeken.
- Indien tijdens een wedstrijd de tijdgrensregel in voege werd gesteld of indien een set langer dan 15 minuten geduurd heeft, wordt de tijdgrensregel toegepast voor alle nadien te betwisten sets.
ART.19 ALGEMENE TOELICHTINGEN
- Het is de plicht van de scheidsrechter ervoor te zorgen dat het spel ononderbroken doorgaat, uitgezonderd toegestane onderbrekingen. Hij mag een korte onderbreking toestaan voor het gebruik van de handdoek, na elke zes punten vanaf het begin van elke set en bij het wisselen van tafelhelft in de beslissende set, om de lengte van deze pauzes te beperken dienen de handdoeken dicht bij de scheidsrechter, in de speelruimte, te worden neergelegd.
- Verlichting Gewenst is een egale verlichting over de gehele speelruimte van tenminste 400 lux.
- Verwarming In de speelruimte dient een minimum temperatuur gewaarborgd te worden van 14°C.
- Hoofdscheidsrechter : waar sprake is van een hoofdscheidsrechter wordt hiermede bedoeld een door de federatie aangesteld persoon.
- Gedrag van spelers en scheidsrechters : zowel spelers als scheidsrechters dienen zich te onthouden van manieren of gedragingen welke de andere spelers oneerlijk kunnen beïnvloeden, beledigend kunnen zijn voor het publiek, of de sport in diskrediet kunnen brengen. Elke vorm van onsportief of niet-respectvol gedrag kan gemeld worden bij de provinciaal of federaal verantwoordelijke.
- Uitzondering bij het dubbelspel : indien bij het dubbelspel, één van de 2 spelers van een ploeg in de onmogelijkheid is zich te verplaatsen (mindervalide in wagentje of op een stoel), dan zijn deze twee spelers niet verplicht de bal afwisselend te nemen. Zij nemen de bal op het ogenblik dat deze in hun vak komt, ook al gebeurt dit tweemaal of meer na elkaar. Zij hebben geen keuze. De linkse speler neemt de bal in het linkse vak, de rechtse speler in rechtse vak. Alle andere punten van het reglement, zoals bv. de opslag, het wisselen van plaats bij de opslag, enz. blijven van kracht.
- Gebruik GSM : het gebruik van een GSM is verboden tijdens de wedstrijden, zowel bij interclub, tornooien en kampioenschappen. Het toestel in kwestie moet uitgeschakeld zijn in de speelruimte.